Verleden - broekbergen.nl

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu

Verleden

 

Algemeen

De Buitenplaats Broekbergen ligt aan de rand van Driebergen, op de grens van de Utrechtse Heuvelrug en het Kromme Rijngebied, waarvan de Langbroekerwetering deel uitmaakt. De ontwikkeling van dit gebied werd mogelijk, nadat in 1122, in opdracht van de bisschop van Utrecht, de loop van de Rijn werd verlegd door deze bij Wijk bij Duurstede af te dammen. De vruchtbare gronden van het Kromme Rijngebied konden zo worden drooggelegd en rendabel gemaakt. De weteringen en zijsloten, die voor de ontwatering zorgden, droegen bij aan het ook nu nog zo kenmerkende karakter van langgerekte kavels, ook wel ‘Broeklanden’ genoemd, veelal kleinschalige landbouw met boomgaarden, weilanden en griendbossen.


 
 

Vanaf het einde van de achttiende eeuw werden buitenplaatsen aangelegd, vooral in opdracht van rijke kooplieden en bankiers uit Utrecht en Amsterdam. Met de opkomst van de Engelse landschapsstijl kreeg het gebied deels het parkachtige karakter, zo typerend voor de ‘Stichtse Lustwarande’.

 
 
 
 
 
 

Atlas van Blaeu 1657, Eerste vestiging van kastelen
en buitenplaatsen aan de Langbroekerwetering

 

De oudste geschiedenis

Na de drooglegging en ontwatering van het oorspronkelijk moerassige gebied, dat nu de Buitenplaats Broekbergen omvat, ontstond er al gauw bebouwing en werd het land bewerkt. De omgeving was met name aantrekkelijk vanwege de beschikbaarheid van zuiver kwelwater uit de Utrechtse Heuvelrug. Door middel van sprengen kon het schone water eenvoudig worden aangevoerd en aangewend.

 
 

Helaas is er weinig geschreven over de oudste geschiedenis van Broekbergen. Bekend is dat er in de vijftiende en zestiende eeuw een boerenhofstede met de naam Broekbergen ten zuidoosten van het dorp Driebergen stond en ook komt de familienaam Broekbergen al vroeg in de annalen van Driebergen voor. In de zeventiende eeuw ontwikkelde Broekbergen zich van herenboerderij tot lusthof, hetgeen in 1716 aanleiding was voor het “Gezang op Broekbergen, den Lusthof” van de beroemde dichter H.C. Poot (1689-1733).

 
 

Buitenplaats met landhuis

De lusthof en de gronden van Broekbergen, die reikten van de Langbroekerwetering tot de Bergse Bossen, kwamen in 1743 in het bezit van de familie Van der Muelen, een geslacht van succesvolle kooplieden, oorspronkelijk afkomstig uit Antwerpen. Nadat de stad Antwerpen in verval geraakte, na de afsluiting van de Schelde, vertrok de familie naar de Noordelijke Nederlanden. In de zeventiende en achttiende eeuw behoorde de familie Van der Muelen tot de voorname patriciërskringen in Utrecht, Zutphen en Amsterdam.

 
 

In 1753 werden de broers Adriaan Balthasar en Samuel van der Muelen gezamenlijk eigenaar van Broekbergen. In 1755 gaven zij opdracht voor de verbouw van de lusthof tot een landhuis. Tot 1874 zou Broekbergen in het bezit van de familie Van der Muelen blijven. Op de tekening van P.J. Lutgers uit 1869 is goed te zien hoe het landhuis er in de laatste periode dat het in het bezit was van de Van der Muelens uitzag. Aan het oorspronkelijk ontwerp werd in de loop van de ruime eeuw dat het landhuis door de familie Van der Muelen werd bewoond, weinig veranderd. Wel werd de tuin rond 1850 ingericht volgens de toen heersende Engelse landschapsstijl.

 
 

Klooster

In 1874 kwam de Buitenplaats Broekbergen via een openbare verkoping in het bezit van de Cothense houthandelaar Johannes Damen. Hij was vermoedelijk niet van plan om zelf op Broekbergen te gaan wonen. Waarschijnlijk wilde hij het landgoed opknappen om het vervolgens met winst te verkopen.
Na een tip van de Amsterdamse koopman van Duitse afkomst Paul Franz Theodor Sträter, die zelf een buitenhuis in Driebergen bezat, huurde de congregatie van de zusters Benedictinessen uit Bonn in 1875 de leegstaande Buitenplaats Broekbergen. De ‘Kulturkampf’ van Bismarck, gericht tegen de macht van de katholieke instituten in Duitsland, vormde de aanleiding om de orde naar Nederland te verplaatsen. In 1877 kocht Sträter de Buitenplaats Broekbergen en schonk die vervolgens in 1895 aan de Benedictinesser zusters ‘Arca Pacis (Ark van de Vrede) van de ‘altijddurende aanbidding’. Broekbergen ging verder als klooster ‘Arca Pacis’. De zusters hebben Broekbergen in de ruim 120 jaar van hun verblijf meermaals grondig verbouwd. In de jaren 1881-1883 werd een nieuwe vleugel aan de oostzijde van het huis toegevoegd en verrees een kapel met klokkentoren in neogotische stijl.

 
 


In 1912 kreeg het hoofdhuis het huidige aanzien in neorenaissance stijl. In 1965 werd de kapel uit 1883 vervangen door een nieuwe kapel en werden de verblijfplaatsen in sobere ‘zestiger jaren stijl’ aan de oostzijde van het hoofdhuis opgetrokken. In 1996 werd het klooster ‘Arca Pacis’ opgeheven en de meeste bejaarde bewoonsters verhuisden naar het verzorgingstehuis ‘Insula Dei’ in Arnhem.

 
 

Opvangcentrum en herstellingsoord

Na de zestiger jaren hebben de zusters, mede door de geringe belangstelling van nieuwe kloosterlingen, nauwelijks nog geïnvesteerd in de gebouwen en de omgeving. In 1996 werd het voormalige klooster tegen een vriendenprijs verkocht aan Daidalos en werden de gebouwen ingericht als opvangcentrum en herstellingsoord voor mensen met een burn-out. Omdat het burn-out centrum mislukte, heeft de bank de eigenaren van Daidalos in 2007 gedwongen om Broekbergen bij opbod te verkopen.

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu